In de Hollandse wateren schijnen op het moment van schrijven grote slachtingen plaats te vinden. De gratige slijmbeesten, de brasems, worden en masse uitgemoord door snoeken, snoekbaarzen en gewone baarzen. De kinderrijke vissen houden nog geen 1% van hun kroost over, en – zo vraag ik me dan af- hoe moet dan ooit de verbraseming van de grachten werkelijkheid worden? En, als deze verbraseming niet doorzet, hoe moeten dan die slijmslangen, die lijkenvreters, die vieze glibberige palingen, ooit uitgeroeid worden? Tenslotte is de brasem de enige vis die de paling kan stoppen: door eenvoudigweg al zijn eten weg te eten en de boel zo troebel te maken dat de paling geen hand meer voor zijn dikke slijmogen ziet.
Door de genocide, in gang gezet door eerder genoemde roofvissen, krijgt de paling dus vrij spel. Dát laten we niet gebeuren, zo besloot ik een paar weken geleden. De tijd van machteloos toezien is voorbij: een oorlogsmandaat is het enige dat dit nog kan stoppen.
Ziehier het mandaat:
En hier het wapenarsenaal:
Lees ook:
- Een tevreden roker… Al weer lang geleden stopte ik zes palingen in de...
- Eigen kreeft eerst Over de grote veldslagen op de bodem van de Hollandse...
- Stadsvis Een van de eerste vaardigheden die ik onder de knie wilde...


0 reacties tot nu toe ↓
Nog geen reacties... Schrijf een reactie door onderstaand formulier in te vullen.
Laat een reactie achter