Rudolf van Dijk: Twaalf kapittels over ontstaan, bloei en doorwerking van de Moderne Devotie

De schrijver

Rudolf van Dijk is karmeliet en specialist op het gebied van de Moderne Devotie. Hij is als onderzoeker verbonden aan het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen. Ter gelegenheid van zijn veertig jaren dienstverband verscheen dit boek als een bloemlezing uit zijn eigen werk.

De thematiek

In de late Middeleeuwen, een tijd waarin de kerk geteisterd werd door machtsmisbruik, uiterlijk vertoon en interne twisten, ontstond er in de Lage Landen een hervormingsbeweging: de Moderne Devotie. Geïnspireerd door Geert Grote kwamen er al gauw honderden kleine en grote gemeenschappen van mannen en vrouwen die leefden met gebed, studie en persoonlijke levensheiliging. Geloof was, zo lieten ze zien, niet iets voor de geestelijken, maar voor iedereen van goede wil. Daarbij legden ze de nadruk op een mystieke vorm van geloven, waarbij je werd aangespoord om niet lauw, maar vurig van liefde voor God te zijn.

Dit lijvige boek bundelt een aantal studies over deze relatief onbekende periode van de geschiedenis, bevat een paar vertaalde brieven van Geert Grote en andere vooraanstaande figuren uit deze beweging, en gaat uitvoerig in op de ontstaans- en receptiegeschiedenis van ‘de Navolging van Christus’, de bekendste vrucht van de Moderne Devotie.

Karakteristieke zin

“Met Thomas’ Navolging van Christus heeft de Moderne Devotie tallozen geholpen om aan Christus vast te houden en in persoonlijke verantwoordelijkheid voor God, de medemens en zichzelf een geestelijke weg in innigheid te gaan. In dit vlak ligt de mystagogische kracht van de Navolging en onthult de Moderne Devotie het geheim van haar opzienbarende actualiteit.”

Belangrijkste stelling

De Moderne Devotie wordt wel eens beschreven als een ascetische stroming, strenger en nuchterder dan bijvoorbeeld de Brabantse liefdesmystiek van Jan van Ruusbroec. Rudolf van Dijk gaat hier tegenin en laat zien dat het hier hooguit om accentverschillen ging. De spiritualiteit van de ‘broeders en zusters van het gemene leven’ was eerder mystiek dan ascetisch te noemen. Hij laat dit zien aan de hand van de oorspronkelijke opbouw van ‘De Navolging van Christus’ van Thomas á Kempis, maar ook aan de hand van geschriften van moderne devoten als Geert Grote en Salome Sticken.

Reden om dit boek niet te lezen:

Dit boek is op de eerste plaats een geschiedenisboek, en een vrij specialistische ook. Het hart van een geïnteresseerde leek zal niet onmiddelijk sneller gaan kloppen van nauwgezette beschrijvingen van het dagelijks leven in het klooster Sint-Agnietenberg, laat staan van een geschiedenis van de tekstkritische uitgave door Titus Brandsma van de geschriften van Geert Grote. De relevantie van al dit onderzoek wordt nergens verdedigd, en een beschouwing over de mogelijke betekenis van de Moderne Devotie voor deze tijd ontbreekt geheel. Vooral dat laatste is een echte gemiste kans.

Reden om dit boek wel te lezen:

Doordat het een bundeling van losse artikelen is, wordt het fenomeen van de Moderne Devotie steeds vanuit een ander perspectief opnieuw belicht. Nu eens door een studie over de beeldcultuur van de Moderne Devotie, dan weer door een nauwkeurige lezing van een brief van Geert Grote aan een wankelmoedige monnik. Dat maakt het geheel wellicht wat fragmentarisch, maar tegelijkertijd wekt het daarmee deze beweging tot leven als een veelzijdig fenomeen dat op allerlei verschillende terreinen zeer lang invloedrijk is geweest. Vooral dwingt het respect af voor de brede kennis van de Moderne Devotie die de auteur na veertig jaar onderzoek heeft opgedaan.

Rudolf van Dijk: Twaalf kapittels over ontstaan, bloei en doorwerking van de Moderne Devotie. Uitgeverij Verloren, Hilversum. isbn 9789087043148; 536 blz. €42,-

 Dit bericht verscheen op 10 april 2013 in dagblad Trouw. © Sjoerd Mulder

Categorized: Recensies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *