Miroslav Volf: Allah

De schrijver

Miroslav Volf groeide op als kind van een Kroatische pinkster-voorganger in de Servische stad Novi Sad, in een periode waarin het communistische regime niet bepaald open stond voor religieuze ideeën. Gewend om zijn minderheidspositie te moeten verdedigen tegenover communisten, moslims en oosters-orthodoxe christenen, spelen in zijn eigen theologische werk thema’s als anders-zijn en verzoening een grote rol. Steeds weer zoekt Volf het gesprek op met andersdenkenden. Zo voerde hij in de jaren tachtig namens de internationale Pinksterbeweging gesprekken met het Vaticaan, en tegenwoordig onderhoudt hij veel contacten met moslimgeestelijken. Sinds 1998 is hij hoogleraar theologie aan Yale Divinity School in de Verenigde Staten.

De thematiek:

Verwijzen christenen en moslims naar hetzelfde opperwezen, wanneer ze spreken over God of Allah? Of moeten we concluderen dat de God van de bijbel en die van de Koran wezenlijk anders zijn, en dat op zijn minst één van beiden een valse god is? Tijdens de beruchte lezing in Regensburg in 2006 leek de paus dit laatste te beweren. De media registreerden vooral hoe hierop door de gehele islamitische wereld rellen uitbraken, maar het inhoudelijke en vruchtbare debat dat tussen hoge geestelijken van beide religies ontstond, kreeg maar weinig aandacht. Dit boek is Volfs eigen bijdrage aan dit debat.

Karakteristieke zin

“Er zit een zekere verwantschap in de manier waarop christenen en moslims de delicate structuur van goedheid en liefde verstaan. Overeenkomsten in hun godsbegrip zijn de reden van het bestaan van deze verwantschap. Maar er zijn ook verschillen, hoewel deze niet zo diep of talrijk zijn als velen geneigd zijn te denken.”

Opvallende stelling:

Volf probeert uitvoerig aan te tonen dat er een grote mate van overeenstemming is tussen de theologie van de islam en die van het christendom over het wezen van God. In beide tradities is liefde een wezenlijk kenmerk van God, en ook de wijze waarop de verhouding tussen Gods rechtvaardigheid en liefde wordt beschreven is gelijkaardig. Zelfs de felle islamitische afwijzing van het christelijke leerstuk van de drie-eenheid wordt door Volf optimistisch genuanceerd: doordat de islam vooral een karikatuur van dit leerstuk afwijst, blijven er allerlei openingen voor onderling gesprek.

Dat wil niet zeggen dat er geen hele fundamentele verschillen tussen de beide religies zijn, benadrukt Volf regelmatig. Maar hij is er wel van overtuigd dat een welwillende interpretatie van de standpunten van de ander kan leiden tot vreedzaam samenleven.

Reden om dit boek niet te lezen:

Volf richt zich in dit boek nadrukkelijk tot christenen, en dan met name zij die zelfbewust in de christelijke traditie staan. Behoor je niet bij die groep, dan biedt dit boek antwoorden op vragen die je niet zult hebben.

Daarnaast doet Volf zijn best om de islam welwillend tegemoet te treden, in het vertrouwen dat een werkelijk gesprek pas dan mogelijk is. Van de lezer wordt diezelfde welwillendheid gevraagd, en de lezer die dat niet kan opbrengen zal Volf een hopeloos optimistisme en veel naïviteit verwijten.

Reden om dit boek wel te lezen:

Het boek is toegankelijk geschreven voor een breed publiek. Volf heeft de gave om op een haast speelse wijze te laten zien hoe fijngevoelig bepaalde theologische kwesties liggen. Regelmatig verwijst hij naar zijn eigen biografie om duidelijk te maken waarom een bepaald standpunt voor hem zo van belang is. Hierdoor wordt het niet alleen een scherpzinnig, maar ook een persoonlijk pleidooi om het gesprek tussen de kerk en de moskee, tussen christenen en moslims, breder gestalte te geven en zo de vrede in de samenleving te bevorderen.

Miroslav Volf: Allah. Het antwoord van een christen. Uitgeverij Van Wijnen, Franeker. isbn 9789051944198; 328 blz. €24,95

 Dit bericht verscheen op 24 december 2012 in dagblad Trouw. © Sjoerd Mulder

Categorized: Recensies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *