De haan, die vandaag geslacht werd (waarvan later een uitgebreid verslag), had ik gisteren in een kooi opgesloten en in onze hal, aangrenzend aan de slaapkamer, neergezet. Niets is zo vies als het slachten van een kip waarbij onderwijl de stront eruit loopt, en daarom wilde ik dat hij eerst een etmaal zijn darmen goed zou ledigen.
‘s Nachts sliep ik diep. Mijn rust betekende niet dat het doden van een dier mij volstrekt koud laat; integendeel, van eerdere slachtpartijen wist ik dat het doden van een dier vraagt om het overstappen van een zekere drempel: de eerste kip die ik ooit slachtte maakte dat ik de hele dag wankel op mijn benen stond, en latere slachtpartijen gingen mij wel beter af maar nooit was het te vergelijken met het gemak waarmee ik een diepvrieskip ontdooi. Toch keek ik al dromend uit naar ‘der haanen jongsten dag’ die mij rijke coq au vin of goedgevulde vol-au-vent zou schenken.
Vroeg in de morgen werd deze serene vrede in huize Mulder echter wreed verstoord. Mijn ervaringen met hoenders waren altijd beperkt gebleven tot kippen; hanen heb ik nooit gehad. Dat mijn onervarenheid zó bestraft werd was onverdiend: om 5:32 vervulde plotseling en uit het niets een oorverdovend geluid de lucht, en mijn haast gelijktijdig uitgeroepen krachtterm werd volledig overstemd. Na 20 seconden stopte dit helse kabaal even snel als het begonnen was. Al hyperventilerend en met zware hartkloppingen realiseerde ik me dat het de haan was die zojuist gekraaid had, maar nog voor ik mij hervatte begon hij weer. Vol adrenaline sprong ik uit bed om een trap tegen de kooi te geven, en ik bedacht me dat ik hem in het volledige donker moest zetten om hem echt stil te krijgen. Inderdaad gaf de haan geen kik meer toen ik hem in de raamloze badkamer had gezet, tenminste het eerste uur niet. Maar net toen ik weer rustig sliep begon hij weer, wat zorde voor een even grote adrenalinestoot als de eerste keer. Mijn gevloek kwam nu misschien wél boven het gekraai uit, dat zal ik nog eens bij de buren navragen.
Welnu, in een moment van helderheid pakte ik de haan, wikkelde hem in een deken zodat hij niet meer kon bewegen, en stopte hem in een lege vuilnisemmer die ik dichtstopte. Dat deed het hem: de haan heeft me verder laten slapen tot elf uur.
‘s Middags heb ik met groot genoegen het leven van dit beest beeindigd. Nooit eerder ging het me zó gemakkelijk af, en van enige drempel was geen sprake. Wel moest ik mijzelf dwingen om het goed te doen: het liefst had ik hem éérst geplukt om dan pas zijn keel door te snijden.
Lees ook:
- In de soep… Vandaag een lekker soepje gemaakt van de haan. Ik...
- Slachten van een kip Hier dan eindelijk het beloofde slachtverslag. Er doen geruchten de...
- Kip ik heb je Kippen kunnen hard rennen en veel lawaai maken. Daar...

4 reacties tot nu toe ↓
1 meneer Wateetons // 1 Jan 2008 om 17:26
Meneer zit dit psychopathisch grinnikend te lezen.
2 geschokt // 3 Jan 2008 om 15:46
Ik ben een vleeseter en ga zelfs graag mee jagen, maar ik hoop dat dit een grapje is. Het liefst had ik hem eerst geplukt om hem dan de keel door te snijden? Ziekelijk! Echte kerel zeker?
3 Sjoerd // 3 Jan 2008 om 15:59
Beste Geschokt, ik ben het helemaal met je eens. Ware beschaving zit daarin, dat men niet toegeeft aan deze slechte innerlijke neiging. Ik heb dat niet gedaan, en de haan keurig en zo diervriendelijk mogelijk geslacht.
4 paulusfranciscus // 6 Jan 2008 om 13:01
@geschokt: misschien moet je de term “ironie” eens opzoeken?
Of beter nog: “gevoel voor humor”?
Laat een reactie achter