Primaire Levensbehoeften

hoe te overleven in de Grote Stad

Primaire Levensbehoeften header image 2

Honing uit de stad

23 april 2012 · Geen reacties

(Deze column verscheen vorige maand in het Nederlands Dagblad. Copyright Sjoerd Mulder)

Het is eigenlijk maar vreemd dat mensen uit de stad in hun vrije tijd naar het platteland trekken om daar te genieten van de natuur. Op het platteland is de natuur ondergeschikt gemaakt aan de behoefte van de mens, en met hekken, tractoren, mest en gifspuit wordt ervoor gezorgd dat de natuur precies doet wat ze moet doen: hier een paar hectare aardappels, daar een weiland met koeien, en weer elders een graanakker. Nee, voor echte natuur moet je in de stad zijn: daar is de natuur niet gepland, wild en vooral héél divers.

Martin Melchers, de stadsecoloog van mijn stad Amsterdam, schreef er behartenswaardige boeken over en steeds weer is zijn boodschap: er is véél meer natuur in de stad dan we denken. De afwisseling in biotopen is in de stad groot, daardoor is er een enorme soortenrijkdom, en de stad biedt zelfs plaats aan unieke flora en fauna die nergens anders te vinden zijn. Zo zwemt er in Amsterdam niet alleen brasem maar ook zalm door de grachten, Vlaamse gaaien zitten met exotische halsbandparkieten in de boomtoppen op de Wallen, en in plantsoenen ontdekken biologen ‘uit Nederland verdwenen’ planten.

De stad is daarom een uitgelezen plek om bijen te houden. Juist bijen hebben baat bij een grote verscheidenheid aan bloemen: als de ene plant uitgebloeid raakt en er staat direct een nieuwe soort in bloei, kunnen de bijen permanent nectar verzamelen. Op het platteland met zijn monocultuur is dat een stuk ingewikkelder. Amsterdam alleen al kent meer dan honderd imkers die hoeveelheden honing oogsten waar plattelandsimkers slechts van kunnen dromen. Woon je in de stad en zoek je een agrarische uitdaging? Word bijenboer!

Bijenboer, dat wilde ik ook worden, besloot ik vorig jaar. Na me grondig in het onderwerp verdiept te hebben, kocht ik met een mede-imker twee volkjes. In onze dromen zagen we de urbane honing al in dikke stromen van onze handen druipen, zó de potjes in, liters achter elkaar.

De twee volkjes zetten we in een besloten parkje in het centrum van Amsterdam. Al snel na plaatsing vlogen de bijen massaal uit: ze hadden een goede nectarbron gevonden. We volgden hen, en in de buurt bleek een berm vol krokussen te staan. Wat later ontdekten de bijen – en wij met hen – een veld paardenbloemen, nog later een kersenboom in een achtertuin en vervolgens een grote wilg, een rozenperk, geraniums op de balkons, een laan bloeiende lindes. Geen moment zaten de bijen zonder werk. Eind juli schatten we de honingvoorraad op zo’n 25 kilo, en we namen ons voor om deze honing te oogsten zodra we terug waren van vakantie.

We waren nog niet weg of het weer sloeg om. Drie weken lang bleef het regenen. Drie weken waarin geen enkele bij de regen in dorst om voedsel te halen. Drie weken waarin de bijen op hun eigen honingvoorraad inteerden.

Drie weken later waren de honingraten zo goed als leeg. En al werd het weer beter, een echte voorraad werd niet meer aangelegd. Om de bijen niet te laten omkomen van de honger voerden we ze bij met suikerwater, maar ze gingen honingloos de winter in. Net als wij.

Dat moet dit jaar helemaal anders. Want het is wel leuk en aardig, natuur zus en biodiversiteit zo, maar wat koop je ervoor als je er niet op kunt rekenen? Die gifspuiters op het platteland, die begrijp ik nu wel. De natuur moet getemd worden, afgetroefd. En dat gaan wij doen met onderstaand recept voor foolproof stadshoning. Daar komt geen bij aan te pas. En, toegegeven, dit smaakt niet helemaal naar honing, maar is wel héél lekker.

benodigdheden
  • 200 gram (ongeveer 1 liter) paardenbloemen uit een stadspark
  • 500 gram suiker
  • 1 citroen
  • 1 liter water
bereidingswijze

Verwijder al het groen van de bloemen zodat je alleen de blaadjes overhoudt. Doe de bloemen, de schil van de citroen en het water in een pan, en breng het aan de kook. Laat het vijf minuten koken, zet het vuur uit en laat het een nacht trekken. Filter dit de volgende ochtend door een theedoek (trek je niets aan van troebelheid of een dunne film op de oppervlakte). Voeg suiker en het sap van de citroen toe, en breng het weer aan de kook. Laat dit nu, onder regelmatig roeren, een uur of drie op héél zacht vuur trekken met het deksel van de pan: het mag niet meer pruttelen. De honing zal langzaam indikken. Test regelmatig de dikte door een eetlepel honing op een koud bord te gieten. Zodra de consistentie gelijk is aan die van vloeibare honing, kun je deze nephoning in potten doen.

Maak de potten af met een mooi etiket met bijtjes, schrijf er ‘echte stadshoning’ op en doe niet open als de Voedsel- en Warenautoriteit aanbelt.

Lees ook:

  1. Boerenkool met worst (Dit stuk verscheen eerder in het Nederlands Dagblad. Copyright Sjoerd...
  2. 100.012 bijen en 13 ongelukken Twee weekjes imkeren heeft ons al heel veel opgeleverd. Wat...
  3. Vineximkeren Vinexjagen is leuk, vooral als de jachtopziener achter je aan...

Tags:

0 reacties tot nu toe ↓

  • Nog geen reacties... Schrijf een reactie door onderstaand formulier in te vullen.

Laat een reactie achter